Direct naar hoofdmenu / zoekveld

Geschiedenis

Geschiedenis van het landschap
Ontstond er na de ijstijd eerst een toendralandschap; met de stijging van de gemiddelde temperatuur veranderde dit in een bos- en veenlandschap. Door de vorming van keileem in de ijstijd wilde het water op sommige plaatsen slecht weg met als gevolg hoogveenvorming. De eerste mensen vestigden zich op de hogere delen in het landschap langs de rivierlopen. Door de toenemende bevolking veranderde het landschap. De bossen en het veen verdwenen langzamerhand. De heidevelden, ontstaan door begrazing met schapen, kwamen daarvoor in de plaats. Grote delen van Berkelland veranderden in natte heidevelden.
Er ontstonden enkele bewoningskernen. Verspreid in het landschap werden kleine boerenbedrijven gevestigd op verhogingen in het landschap. Op die verhogingen werd landbouw bedreven. De grond werd vruchtbaar gemaakt met schapenmest en heideplaggen. Zo ontstonden de essen en een-mans esjes. Door de bevolkingsontwikkeling en de toenemende behoefte aan landbouwgrond verdwenen de boerderijen van de essen en werden op de flank van de essen gebouwd.  Veel één-mansesjes zijn verdwenen of nauwelijks herkenbaar onderdeel geworden van akkers en weiden …

 

Enkele historische feiten
Algemeen: Heerlijkheid Borculo en Havezate van de heren Van Roderlo
Sedert de 12e eeuw worden de heren van Borculo in de annalen vermeld.
De heerlijkheid bestond aanvankelijk uit het kasteel Borculo met een betrekkelijk klein gebied er omheen. Het gebied werd in de loop der eeuwen uitgebreid, zodat Eibergen en Neede er ook toe gingen behoren. De Heerlijkheid bleef tot 1795 (de Franse tijd) bestaan.
Het kasteel Ruurlo, voor het eerst vermeld in 1326 was aanvankelijk een Havezate van de heren van Roderlo.

 

Borculo
Op 28 augustus 959 komt de naam Borchlo -de oorspronkelijke naam voor Borculo- het eerst voor in een schenkingsakte, waarbij Otto I aan het Sint Petersklooster te Maagdenburg verschillende goederen schonk, waaronder "de villa Borchlo in Hameland”. Borculo, dat in de nabijheid van het Hof van Borculo lag, kreeg op 1 mei 1375 stadsrechten. Bij de aanleg van de stadsgracht werd gebruik gemaakt van een oude bedding van de Berkel. De stad is vermoedelijk ommuurd geweest, maar daarvan zijn geen sporen meer. De stad en het omliggende gebied waren een twistappel tussen Gelre en het bisdom Münster. Toen bisschop Christoph Bernard van Galen (1660-1678), ook wel Bommenberend genoemd, in 1665 Borculo innam, kreeg hij een dichterlijk advies om toch maar weer te vertrekken: „O, Barendoom, keer weder en leg den degen neder“. Borculo kreeg landelijke bekendheid, toen het in 1925 grotendeels verwoest werd door een wervelstorm.

 

Ruurlo
Ruurlo ontstond als een agrarische nederzetting rond het knooppunt van een aantal uit de omgeving samenkomende wegen. Van oudsher vestigde de agrarische bevolking zich te midden van akkers en velden, waardoor een verspreid vestigingspatroon ontstond:  het hoevenlandschap. In dit beeld betekende het dorp Ruurlo slechts een lichte concentratie waardoor het eigenlijk meer het karakter van een buurtschap droeg. Behalve door de gunstige ligging werd de verdere ontwikkeling van Ruurlo zeker ook bevorderd door de in de nabijheid gelegen havezate, het huidige kasteel Ruurlo. Naast het kasteel vormt de Hervormde Kerk, eertijds gewijd aan St. Willibrord, in feite de enige nog aanwezige getuigenis van een ver verleden. De oudst bekende vermelding van de parochie Ruurlo dateert uit 1326.

 

Eibergen
De naam Eibergen („Echberge“) wordt in elk geval in 1225 voor het eerst genoemd. De Nederlands-Hervormde Kerk in het centrum stamt zelfs al uit de 12e eeuw. Deze op een hoogte langs de Berkel gelegen nederzetting kreeg waarschijnlijk aan het eind van de 13de eeuw stadsrechten. Dat kan worden afgeleid uit het feit dat de stad burgemeesters en gilden heeft gekend. De stedelijke vestiging kwam niet tot ontplooiing, omdat de ligging onvoldoende gelegenheid tot verdediging bood. In 1810, in de franse tijd, werden Eibergen en Beltrum „mairiën“, maar na onenigheid met het rijksbestuur werd de gemeente Beltrum (incl. Zwolle) in 1819 aan de gemeente Eibergen toegevoegd.
Na de Tweede Wereldoorlog geven het Kamp Holterhoek en de Rekkense inrichtingen Eibergen een grotere bekendheid.

 

Neede
Neede moet al in de prehistorie bewoond zijn geweest, getuige de archeologische vondsten. Zo is er in Neede aardewerk aangetroffen van een beschaving die bekend staat als de trechterbekercultuur. Deze groep akkerbouwers – elders in het land bekend als hunebedbouwers – leefde ongeveer 2700 tot 2300 jaar voor Christus. Maar veel meer weten we daar niet van. Onze geschriften over de bewoning van Neede gaan terug tot in de elfde eeuw. Dan blijkt uit goederenlijsten van het nonnenklooster Santa Maria trans Aquam of Ueberwasser in Münster dat het onder andere bezittingen heeft in Neede. Het klooster was eigenaar van de zogenaamde „Hof Neede“. Huize De Kamp stamt uit de dertiende eeuw.

 

Uitgelicht


Zoeken