Met de gemeente komt u op allerlei manieren in aanraking. Om de vier jaar bij de verkiezingen voor de gemeenteraad, wekelijks als het vuil wordt opgehaald, om een vergunning aan te vragen voor de bouw van een dakkapel, bij de verlenging van het paspoort of rijbewijs of bij de aangifte van de geboorte van een kind.
De gemeente is, na de rijksoverheid en de provincie, de kleinste zelfstandige bestuurseenheid in het Nederlandse staatsbestel. Per 1 januari 2005 zijn het er ongeveer 400. In al die Nederlandse gemeenten wordt een aantal landelijke regels, bij voorbeeld ten aanzien van uitkeringen, op een zelfde manier toegepast. En de vorm van het paspoort moet er in alle gemeenten hetzelfde uitzien. Toch zijn er wel degelijk grote verschillen tussen de ene en de andere gemeente. Een grote stad, waar veel mensen dicht op elkaar wonen, kent andere problemen en voert een ander beleid dan een dunbevolkte plattelandsgemeente die uit een aantal kleine kernen bestaat. Ambtenaren, gemeenteraadsleden, wethouders en burgemeester zijn er samen verantwoordelijk voor dat de zaken in de gemeente goed lopen.
Verschillen tussen gemeenten worden ook veroorzaakt door andere voorkeuren van de bevolking. Kiest men in de ene gemeente voor de uitbouw van een theater, in een naburige gemeente wil men het geld liever besteden aan de verhoging van de leefbaarheid in de oude wijken. Het maken van die keuzes is de voornaamste taak van het gemeentebestuur. Als inwoner van een gemeente heeft u er rechtstreeks invloed op. Niet alleen bij de gemeenteraadsverkiezingen maar ook tussentijds zijn er mogelijkheden om uw stem te laten horen.
1.1. Wat doet De Gemeente: taken, werkterreinen
Gemeenten krijgen hun geld voor meer dan 90 procent van de
rijksoverheid. Een deel van de inkomsten komt uit het zogenaamde
Gemeentefonds, een fonds waarin het Rijk jaarlijks een deel van de
belastingopbrengst stopt en verdeelt over de gemeenten. Deze
inkomsten mag de gemeente naar eigen inzicht besteden. Naast
inkomsten uit het Gemeentefonds ontvangen de gemeenten zogenaamde
doeluitkeringen van het Rijk, uitkeringen voor een vast omschreven
doel zoals openbaar vervoer of jeugdhulpverlening. Hoeveel een
gemeente krijgt is afhankelijk van het aantal inwoners en
plaatselijke omstandigheden. Daarnaast mag een gemeente zelf
belasting heffen. De onroerend-zaakbelasting die voor woningen en
bedrijfspanden geldt is de belangrijkste bron van eigen inkomsten.
Andere bronnen van inkomsten zijn de toeristenbelasting, de
hondenbelasting en de parkeergelden. De hoogte van de belastingen
wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Dat gebeurt ook met de
vaststelling van de tarieven die de gemeente aan de burgers vraagt
voor bepaalde diensten, zoals parkeren, leges,
reinigingsrechten.
Een van de belangrijkste taken van de gemeente is de zorg voor voldoende woonruimte. Om de aanleg van nieuwe woonwijken mogelijk te maken en de ontwikkelingen in bestaande wijken en het buitengebied in de hand te houden maakt het gemeentebestuur structuurplannen en bestemmingsplannen. Voor de inwoners van de gemeente zijn bestemmingsplannen van groot belang, daarin ligt vast wat er met de grond mag gebeuren. Mag u een schuur bij uw huis bouwen, kunt u een klein bedrijfje aan huis beginnen, dat zijn zaken die in het bestemmingsplan vastliggen.
Een ander belangrijk werkterrein voor de gemeente is verkeer. De gemeente maakt plannen voor een goede doorstroming van het verkeer. De gemeenteraad besluit over de aanleg van wegen, parkeerterreinen, woonerven, voetgangerstunnels, fietspaden. Dankzij de Wet Milieubeheer heeft de gemeente greep op het milieu. Vervuilende bedrijven kunnen uit woonwijken worden geweerd, de milieupolitie kan optreden tegen mensen die op onjuiste wijze groot vuil aanbieden of gevaarlijke stoffen afvoeren. De gemeente heeft een verscheidenheid aan taken op onderwijsgebied. De gemeenteraad bestuurt het plaatselijk openbaar onderwijs. Ook voor het bijzonder onderwijs draagt ze de zorg voor voldoende schoolruimte. De ambtenaren die toezien op naleving van de leerplichtwet zijn in dienst van de gemeente. In toenemende mate vormen zaken als gezondheidszorg, welzijn, cultuur, sport en recreatie het werkterrein van de gemeente. De verruiming van de naschoolse opvang en het beheer van een cultureel centrum of een sportpark, het zijn allemaal zaken waarover de gemeenteraad besluiten neemt.
Al geruime tijd hevelt de rijksoverheid bepaalde taken en bevoegdheden over naar de gemeenten. Deze decentralisatie moet gemeenten meer armslag en verantwoordelijkheden geven. Werden voorheen subsidies vanuit een Haags ministerie aan plaatselijke instellingen verstrekt, tegenwoordig hebben gemeenten een zeer belangrijke vinger in de pap als het gaat om toewijzing van het geld. Aan de andere kant zijn er natuurlijk ook terreinen waar de gemeente zich niet mee bemoeit. Zo is het gemeenten niet toegestaan om een eigen buitenlands beleid te voeren. Ook de omvang en inzet van het defensie-apparaat behoren niet tot de gemeentelijke taken.
Ambtelijke organisatie
Als burgers hebben we vaak meer met ambtenaren dan met bestuurders
te maken. Ambtenaren hebben tot taak besluiten voor te bereiden en
uit te voeren. Ambtenaren zijn niet alleen op gemeentehuizen te
vinden. Veel gemeenten hebben een eigen milieupolitie, ambtenaren
met speciale opsporings- en bekeuringsbevoegdheden. Ook
stratenmakers en de vuilnisophalers kunnen in dienst zijn van de
gemeente. Aan het hoofd van de gemeentelijke organisatie staat de
gemeentesecretaris.
De gemeentesecretaris heeft de leiding over de ambtenaren en vormt
de verbinding tussen het college van B en W en het ambtelijk
apparaat. Hij is verantwoordelijk voor het goed functioneren van de
ambtelijke organisatie en is aanwezig bij de vergaderingen van het
college van B en W.
De ambtelijke organisatie is verdeeld in diensten of directies, met
daaronder afdelingen voor onderdelen van het provinciale
beleidsterrein, bijvoorbeeld voor milieu, waterstaatszaken,
ruimtelijke ordening, economie, recreatie, natuur, verkeer en
vervoer.
De ambtelijke ondersteuning van de gemeenteraad is in handen van
een griffier, die overigens binnen de ambtelijke organisatie niet
onder de gemeentesecretaris valt. In sommige gemeenten is het wel
zo dat de gemeentesecretaris tevens de griffier is.
1.2. Wie vormen het Gemeentebestuur: raadsleden, wethouders, burgemeester
Raadsleden
Volgens de Grondwet is de gemeenteraad het hoogste orgaan in een
gemeente. De samenstelling van de gemeenteraad wordt eens per vier
jaar bepaald op grond van de gemeenteraadsverkiezingen. In principe
kan iedere inwoner van 18 jaar of ouder lid worden van de
gemeenteraad. Het zijn de politieke partijen die een lijst van
kandidaten opstellen, waaruit de kiezers een keuze maken. Het
raadslidmaatschap vergt, wanneer men het goed wil doen tenminste,
behoorlijk wat tijd. Afhankelijk van de grootte van een gemeente
gaat er per maand 30 tot 100 uur werk in het raadslidmaatschap
zitten. En dat gebeurt doorgaans in de vrije tijd, want een
raadslid krijgt wel een vergoeding voor de bezigheden, maar te
weinig om van te kunnen leven. Het raadslidmaatschap wordt meestal
uitgevoerd naast een andere baan. De functie van de gemeenteraad is
te vergelijken met die van een algemeen bestuur van een
organisatie, instelling of vereniging. Hoofdtaken van de
gemeenteraad zijn het vaststellen van de hoofdlijnen van beleid en
het toezien op de uitvoering daarvan. In de gemeenteraad heeft
ieder lid een even zware stem. Beslissingen worden genomen bij
meerderheid van stemmen.
Het college van B en W
Het college van burgemeester en wethouders (B en W) is het
dagelijks bestuur van de gemeente. Ook zorgt het college voor het
uitvoeren van landelijke regelingen, het zogenaamde medebewind.
Voorbeelden daarvan zijn het uitvoeren van de Algemene
Bijstandswet, de Werkloosheidswet en de Wet Milieubeheer. Als
dagelijks bestuur is het college van B en W de eerst
verantwoordelijke instantie voor de financiën van de gemeente. Het
college voert het personeelsbeleid van de gemeentelijke
organisatie.
Het college heeft voor de uitvoering van haar taken tal van
wettelijke bevoegdheden. Een voorbeeld daarvan is het aan- en
verkopen van gemeentelijke eigendommen. In het college heeft iedere
wethouder zijn eigen taakgebied of portefeuille, maar over het
gebruiken van bepaalde bevoegdheden moet door het college als
geheel besloten worden. B en W beslissen bij meerderheid van
stemmen, waarbij de stem van de burgemeester dubbel telt als de
stemmen staken.
Het college is over het gevoerde beleid verantwoording schuldig aan
de gemeenteraad en kan door de gemeenteraad ter verantwoording
worden geroepen. Als de gemeenteraad het niet eens is met een
collegebesluit, kan de raad dit besluit echter niet herroepen. Wel
kan de raad er bij het college op aandringen een ander besluit te
nemen; in het uiterste geval kunnen één of meerdere wethouders naar
huis worden gestuurd.
De wethouder
Wethouders worden door de raad benoemd. Als één van de raadsleden
tot wethouder wordt benoemd verliest hij zijn raadslidmaatschap.
Als raadslid wordt hij dan opgevolgd door een andere
vertegenwoordiger van zijn partij. Ook is het mogelijk dat de raad
iemand van buiten de eigen kring of zelfs van buiten de eigen
gemeente tot wethouder benoemt. Wel geldt in dat laatste geval de
eis dat de wethouder uiterlijk binnen een jaar na benoeming binnen
de gemeentegrenzen komt wonen.
Elke wethouder heeft zijn eigen taakgebied of portefeuille, zoals
onderwijs, openbare werken, financiën, huisvesting, sport en
cultuur. Net als het aantal raadsleden is het aantal wethouders van
de gemeente afhankelijk van het aantal inwoners. Daarnaast maken de
politieke partijen die het college vormen afspraken over het aantal
wethouders en de specifieke inhoud van de portefeuilles. Het
wethouderschap is in de meeste gemeenten een meer dan volledige
dagtaak, al komen in sommige gemeenten zowel deeltijd- als
voltijdswethouders voor en is het in het slinkend aantal kleine
gemeenten een deeltijdbaan. De wethouder krijgt, afhankelijk van de
grootte van de gemeente, een salaris. Tussen raad en wethouder
geldt, net als tussen Tweede Kamer en minister, de
vertrouwensregel. Verliest de wethouder het vertrouwen, dan moet
hij aftreden.
De burgemeester
In tegenstelling tot raadsleden en (indirect) wethouders wordt de
burgemeester niet gekozen, maar benoemd door de Kroon, dat wil
zeggen bij Koninklijk Besluit op voordracht van de minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Wanneer ergens een
vacature ontstaat, worden sollicitanten opgroepen via een
advertentie in de Staatscourant. Intussen maakt de gemeenteraad
meestal een lijstje met eigenschappen waaraan de nieuwe
burgemeester zou moeten voldoen, een profielschets. De meeste
gemeenteraden stellen ook een vertrouwenscommissie in die een
voorkeursvolgorde van kandidaten mag aangeven. De gemeenteraad
maakt besluit uiteindelijk over de selectie van kandidaten en
stuurt een lijstje met tenminste twee namen naar de minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Meestal volgt deze de
aanbeveling van de gemeenteraad op. Voorafgaand aan de aanbeveling
kunnen gemeenten een zogenaamd burgemeestersreferendum organiseren.
Alle kiesgerechtigde inwoners mogen daarbij een voorkeur uitspreken
voor een van de twee door de raad geselecteerde kandidaten.
De burgemeester is voorzitter van de gemeenteraad en voorzitter van
het college van B en W. De burgemeester heeft een aantal eigen
wettelijke taken en bevoegdheden. Hij is verantwoordelijk voor de
handhaving van de openbare orde en veiligheid in de gemeente en in
menige gemeente houdt de burgemeester zich ook bezig met het
promotiebeleid of de voorlichting, de 'communicatie', van de
gemeente. Als benoemd bestuurder heeft de burgemeester ook een
beetje de functie van opzichter. De wet spreekt over zijn
'zorgplicht' ten aanzien van bijvoorbeeld de tijdige voorbereiding
van beleid en de goede samenwerking met andere overheden. Hij moet
besluiten van de gemeenteraad en het college uitvoeren, maar als
hij die in strijd met de wet of het algemeen belang acht, dan kan
hij zo'n besluit voor vernietiging voordragen bij de minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De benoeming van de burgemeester geldt steeds voor een periode van
zes jaar. Na advisering door de gemeenteraad wordt een burgemeester
meestal automatisch herbenoemd. Alleen de Kroon, de Koningin en de
ministers, kan de burgemeester ontslaan, de gemeenteraad dus
niet.
1.3. Hoe werkt de Gemeenteraad: raadsvergaderingen,
commissies, wijkraden, deelgemeenteraden
Raadsvergaderingen
Politiek hoogtepunt in het zittingsjaar van de gemeenteraad vormt
de begrotingsbehandeling, die meestal vroeg in het najaar
plaatsvindt. Het vaststellen van de begroting is een belangrijke
bevoegdheid van de raad. Het college van B en W doet voorstellen
voor nieuwe uitgaven en bezuinigingen die hij het komend jaar nodig
acht. In uitvoerige debatten bespreekt de gemeenteraad de plannen,
wijzigt wat hij nodig en wenselijk acht en stelt ten slotte de
begroting vast. Het college heeft zich daar dan aan te houden. Een
andere belangrijke bevoegdheid van de raad is het vaststellen van
verordeningen, een soort gemeentelijke wetten. Een voorbeeld is een
subsidieverordening, waarin regels zijn vastgelegd over toekenning
van subsidies aan plaatselijke organisaties. Het college moet
verordeningen uitvoeren.
In vrijwel alle gemeenten vergadert de gemeenteraad op een vast
tijdstip, minimaal eens per maand.
Commissies
Het raadswerk bestaat lang niet alleen uit het bijwonen van de
raadsvergaderingen. Een belangrijk deel van het voorbereidende werk
wordt in raadscommissies gedaan. Raadscommissies, hun taken en
bevoegdheden, worden ingesteld door de gemeenteraad. Gemiddeld
genomen vergaderen de commissies vaker dan de voltallige
gemeenteraad. Om in een vroegtijdig stadium invloed uit te oefenen
richten burgers en belangengroepen zich vaak op de raadscommissies.
Er zijn verschillende soorten commissies. Raadscommissies bestaan
uit raadsleden, maar er kunnen ook burgers in worden benoemd.
Commissies houden zich meestal met een bepaald beleidsterrein
bezig, bijvoorbeeld financiën. In zulke commissies worden zaken
besproken, voordat ze in de voltallige raad aan de orde komen.
Het college kan ook commissies instellen, vaak commissies met een
concrete taak, zoals bij voorbeeld het beheer van
sportaccommodaties of de toewijzing van woningen. In dergelijke
commissies worden vaak belanghebbende en/of deskundige burgers
benoemd.
Wijkraden, dorpsraden en deelgemeenteraden
In veel gemeenten komen wijkraden of dorpsraden voor. Vaak wordt
wanneer door gemeentelijke herindeling een nieuwe grote gemeente
ontstaat in de afzonderlijke wijken of kernen een wijk- of
dorpsraad opgericht. Dorps- of wijkraden krijgen hun taken en
bevoegdheden van het centrale gemeentebestuur. Wijk- of dorpsraden
vertegenwoordigen de bevolking van een bepaalde wijk of kern en
hebben een voornamelijk adviserende taak. Ze geven door 'wat er
leeft' onder de bevolking en zijn een officieel aanspreekpunt voor
het gemeentebestuur.
Amsterdam en Rotterdam, de twee grootste steden, kennen
deelgemeenteraden. Deelgemeenteraden hebben meer status dan wijk-
of dorpsraden. Ze worden net als de gewone gemeenteraad
rechtstreeks door de wijkbewoners gekozen bij officiële
verkiezingen. Deelgemeenteraden worden ingesteld om de
besluitvorming en de taakuitvoering dichter bij de burgers te
brengen. Taken en bevoegdheden krijgen ze van het gemeentebestuur
overgedragen. Binnen zekere grenzen kunnen ze een eigen beleid op
het terrein van bij voorbeeld verkeer, de inrichting van de
openbare ruimte, cultuur en sport en de afvalverwerking, voeren.
Deelgemeenteraden beschikken over eigen budgetten en eigen
ambtenaren.
1.4. Hoe wordt de Gemeenteraad samengesteld: de verkiezingen, collegevorming
Verkiezingen
Eens per vier jaar worden, op een vaste dag, in heel Nederland
gemeenteraadsverkiezingen gehouden. Tussentijdse verkiezingen
worden alleen gehouden wanneer op basis van een herindeling een
nieuwe gemeente gevormd wordt en ook een nieuwe gemeenteraad moet
worden gekozen.
Alle inwoners van 18 jaar en ouder kunnen op verkiezingsdag naar de
stembus. Bij gemeenteraadsverkiezingen kunnen niet alleen mensen
met de Nederlandse nationaliteit hun stem uitbrengen. Ook
buitenlanders die tenminste vijf jaar in ons land wonen en een
verblijfsvergunning hebben, hebben actief en passief kiesrecht op
gemeentelijk niveau. Burgers van andere landen van de Europese Unie
hebben deze rechten al direct vanaf het moment dat ze zich in een
Nederlandse gemeente vestigen.
Op het stembiljet voor de gemeenteraadsverkiezingen staan de namen
van de belangrijkste landelijke politieke partijen vermeld. Die
partijen hebben plaatselijke afdelingen die zich met de
gemeentepolitiek bezighouden. Daarnaast zijn er vaak groeperingen
die alleen in de eigen gemeente opereren. Partijen als
Gemeentebelangen, Lijst Jansen of Leefbaar Molendam richten zich
meestal uitsluitend op kwesties die in het dorp of de stad zelf
spelen.
Alle partijen proberen op eigen wijze zo veel mogelijk stemmen te
winnen. Zeker in verkiezingstijd bestaan voor de kiezer volop
mogelijkheden kennis te nemen van het gedachtegoed en de
standpunten van de deelnemende partijen. In de meeste gemeenten
wordt daarnaast ook door middel van verkiezingsborden,
debatbijeenkomsten, uitslagenavonden en in toenemende mate met
speciale verkiezingssites aandacht aan de verkiezingen besteed.
Collegevorming
Na de verkiezingen is de eerste belangrijke
bezigheid van de nieuwgekozen gemeenteraad het formeren van een
college en de benoeming van de wethouders. De partij die als
grootste uit de stembus is gekomen heeft het voortouw bij de
college-onderhandelingen. Al naar gelang die onderhandelingen kan
het college van B en W verschillende vormen aannemen. In sommige
gemeenten wordt een meerderheidscollege gevormd. Daarin hebben
gelijkgezinde partijen die samen een meerderheid hebben alle
wethoudersposten in handen. Aan zo'n college ligt een
beleidsprogramma ten grondslag, daarom wordt het ook wel een
programcollege genoemd. Als voordeel van een programcollege geldt
dat het krachtdadig op kan treden, een duidelijke politiek kan
voeren. Als nadeel wordt genoemd dat partijen die buiten het
college staan, geen invloed op het beleid hebben.
Een alternatief voor het meerderheidscollege vormt het
afspiegelingscollege. In dat geval vormt het dagelijks bestuur een
min of meer getrouwe afspiegeling van de gemeenteraad. Als voordeel
kan worden genoemd dat alle belangrijke partijen bij het beleid
betrokken worden. Als nadeel kan gelden dat het door de
noodzakelijke compromissen minder duidelijk wordt welk beleid het
college van plan is te voeren.
De eerstvolgende gemeenteraadsverkiezingen vinden plaats in
2006.
1.5. Burger en gemeente, voorlichting, inspraak, protest
Voorlichting, gevraagd, ongevraagd
Behalve bij gemeenteraadsverkiezingen kunt u ook tussentijds
invloed uitoefenen op het gemeentelijk beleid. Raadsvergaderingen
zijn openbaar, vergaderingen van raadscommissies ook. Schriftelijke
stukken die door de raad behandeld worden kunnen door iedereen
opgevraagd worden. Een gemeentebestuur kan afwachten tot burgers om
inlichtingen over het beleid komen vragen. Het kan ook zelf de boer
opgaan, door actief voorlichting te geven. Vrijwel alle gemeenten
hebben voorlichtingsambtenaren in dienst om de burgers over het
beleid te informeren. Dat doen ze onder meer door bij voorbeeld een
eigen gemeentekrant, voorlichtingspagina's en advertenties in
huis-aan-huis-bladen, teletekst en rubrieken op de lokale radio,
allerlei informatieve brochures en folders. De laatste jaren wordt
in toenemende mate voorlichting of misschien beter nog
overheidscommunicatie via de eigen gemeentelijke website verzorgd.
Als burger kunt u in veel gevallen uw mening kenbaar maken voordat
een definitief besluit genomen is. De Wet Openbaarheid van Bestuur
(WOB) en de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) dragen de overheid
zelfs op om ook ongevraagd de burgers voor te lichten over
belangrijke besluiten. Zo is wettelijk voorgeschreven dat
ontwerpbesluiten, zoals bestemmingsplannen, een bepaalde periode op
het gemeentehuis ter inzage moeten worden gelegd. Belanghebbenden
kunnen daar bezwaar tegen maken. Eerst bij de gemeente zelf,
vervolgens bij Gedeputeerde Staten en ten slotte bij de
minister.
Inspraak
Inspraak, het invloed geven van de burger op beslissingen die nog
genomen moeten worden, is in veel gevallen wettelijk verplicht. In
welke mate inspraak wordt gegeven is echter sterk afhankelijk van
de gemeente waar men woont. Inspraak kan allerlei vormen hebben, al
naar gelang het karakter van de beslissing die moet worden genomen.
De gemeente kan alleen de meest betrokkenen om hun mening vragen,
bij voorbeeld leerkrachten en oudercommissie bij de inrichting van
een schoolplein, of alle inwoners, bij voorbeeld bij een
verkeersplan voor de hele gemeente. De inspraak kan schriftelijk
worden geregeld, maar ook mondeling, bij voorbeeld in de vorm van
het houden van een hoorzitting.
Naast allerlei georganiseerde vormen van inspraak is er de
mogelijkheid het beleid te beïnvloeden via een raadslid of een
wethouder. Belangengroepen en actiecomités onderhouden vaak
veelvuldig contact met wethouders en raadsleden. Wie wil dat het
gemeentebestuur iets doet of nalaat, kan naar het spreekuur van een
wethouder gaan, hem of haar opbellen of e-mailen, een of meer
raadsleden trachten te overtuigen of een partijvergadering
bezoeken. In vrijwel alle officiële gemeentelijke informatie staan
dit soort contactmogelijkheden vermeld.
Bij het betrekken van burgers bij het beleid wordt in toenemende
mate internet ingezet. Bij het vormen van een mening, het op
interactieve wijze informatie geven over het beleid, het in beeld
brengen van mogelijke oplossingsrichtingen voor bepaalde problemen,
wordt tegenwoordig meer en meer gebruik gemaakt van de
mogelijkheden van de nieuwe media. Veel gemeenten doen de laatste
jaren aan zogenaamde interactieve beleidsvorming. Daarbij gaat het
dan om bij voorbeeld de herinrichting van een centraal plein in de
gemeente. Omwonenden en belanghebbenden worden in een interactief
proces uitgenodigd om wensen en ideeën te formuleren en zo mogelijk
een voorkeur uit te spreken. Burgers reageren dan niet meer, zoals
in het geval van inspraak, op kant en klare plannen, maar maken
zelf die plannen mee. De gemeenteraad neemt uiteindelijk de
beslissingen. De raad houdt dan wel zo veel mogelijk rekening met
de plannen die burgers samen met ambtenaren en wethouder(s) hebben
gemaakt.
Referendum
Sinds 1 januari 2002 bestaat in alle gemeenten voor burgers de
mogelijkheid een verzoek tot het houden van raadgevend referendum
in te dienen. Wanneer men het niet eens is met een bepaalde
verordening kan een referendumverzoek worden ingediend. Afhankelijk
van de grootte van de gemeente moet dit verzoek ondersteund worden
door 5 tot 10% van de kiesgerechtigde inwoners om daadwerkelijk tot
een referendum te leiden. Als een meerderheid van de uitgebrachte
stemmen tegen het voorstel is, moet de gemeenteraad het voorstel
heroverwegen. Een extra eis daarbij is dat deze meerderheid
tenminste 30% van alle stemgerechtigden in een gemeente moet
omvatten. Hoewel de gemeenteraad zich niet aan de uitslag van het
referendum hoeft te houden, zal de raad er terdege rekening mee
dienen te houden. Een referendum kan overigens ook op initiatief
van de gemeente worden gehouden.
In een aantal gemeenten gelden afwijkende regels. Bij de landelijke
invoering van het referendum is vastgesteld dat in gemeenten die al
eerder een eigen regeling voor een referendum hadden vastgesteld,
deze bestaande regelingen van kracht blijven.
Protest
Diverse wetten en verordeningen bieden de burger de mogelijkheid
bezwaar aan te tekenen tegen een beslissing van het
gemeentebestuur. Wie bezwaar wil aantekenen tegen een besluit van
het college of de raad kan terecht bij de gemeentelijke
bezwaarschriften- en/of klachtencommissie. In sommige gemeenten
zijn hiervoor afzonderlijke commissies van het college en van de
raad. Tegen veel beslissingen is bovendien beroep mogelijk bij de
provincie en uiteindelijk bij de Kroon. Men kan ook naar de rechter
stappen. Met name de beroepsmogelijkheden die de Wet op de
Ruimtelijke Ordening en de Wet Milieubeheer bieden, worden
veelvuldig door burgers en belangengroepen benut.
Niet alleen tegen beslissingen van het gemeentebestuur is bezwaar
mogelijk, ook tegen de manier waarop ambtenaren hun werk doen. Wie
zich door het optreden van een ambtenaar benadeeld voelt, kan
daarover klagen bij de betreffende dienst of directie, bij een
wethouder of een raadslid. In veel gemeenten bestaan speciale
ombudslieden of klachtendiensten voor de behandeling van klachten
over ambtenaren.