Wilt u een inrit bij uw woning of uw bedrijf? Dan moet u
hiervoor een omgevingsvergunning aanvragen. In sommige gevallen is
het nodig dat de trottoirbanden worden verlaagd. Maar het kan ook
zijn dat er een lichtmast moet worden verplaatst. Of een boom moet
worden gekapt.
Voorwaarden
Inritten
Binnen de bebouwde kom zorgt de gemeente voor de verlaging
van de trottoirbanden. In het buitengebied zijn er geen trottoirs
en mag u de inrit zelf aanleggen.
Eigenaar
Als u alleen gebruiker van het terrein bent, dan heeft u
voor het aanvragen van de vergunning toestemming nodig van de
eigenaar.
Uw aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt door de
gemeente beoordeeld aan de hand van een aantal criteria:
de bruikbaarheid van de weg;
het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
omgeving;
de bescherming van de groenvoorzieningen in de
gemeente.
Kosten
Voor een inrit binnen de bebouwde kom worden naast de vaste
leges van € 133,50 ook aanlegkosten in rekening gebracht. De
aanlegkosten (manuren en materiaal) zijn afhankelijk van de breedte
van een inrit. De aanlegkosten voor een standaard inrit van 3 meter
breed zijn € 450,-. Voor iedere meter breder wordt € 150,- extra in
rekening gebracht. De totale kosten, leges en aanlegkosten, voor
een standaard inrit van 3 meter breed bedragen dus € 580,90.
Deze totale kosten kunnen nog verder oplopen als er bijvoorbeeld
een lichtmast moet worden verplaatst. De aanleg van een inrit
binnen de bebouwde kom gebeurt altijd door de gemeente.
Voor een inrit buiten de bebouwde kom worden alleen de vaste leges
van € 130,90 in rekening gebracht. De aanvrager mag een inrit
buiten de bebouwde kom in eigen beheer aanleggen. Hieraan worden
door de gemeente voorwaarden verbonden.
U doet de vergunningcheck via het omgevingsloketop de
website van het ministerie van VROM, om te zien of u een
omgevingsvergunning nodig heeft;
Als u een vergunning nodig heeft, dan kunt u deze via
dezelfde module ook digitaal aanvragen. U heeft daarvoor wel uw
DigiD-inlogcode nodig;
U krijgt schriftelijk antwoord van het bevoegd gezag. Dat
kan de gemeente zijn, maar ook de provincie, het waterschap of de
rijksoverheid;
Meestal is overleg nodig met het bevoegd gezag: een
omgevingsvergunning vereist namelijk maatwerk;
Als uw aanvraag wordt gehonoreerd, dan wordt de
vergunning meegestuurd (inclusief de voorwaarden waaronder u de
vergunning krijgt);
Bent u het niet eens met de beslissing, dan kunt u
bezwaar maken. In het besluit staat hoe u dit moet
doen.
Het is ook mogelijk de vergunning via een formulier van de
gemeente aan te vragen. Dit formulier kunt u via de vergunningcheck
downloaden en uitprinten. Vanaf 1 oktober 2012 zijn bedrijven
echter verplicht om de aanvraag digitaal in te dienen via het
omgevingsloket.
Procedure
Er kan sprake zijn van een reguliere of een uitgebreide
voorbereidingsprocedure (afhankelijk van de complexiteit van de
aanvraag). Voor de reguliere voorbereidingsprocedure geldt een
doorlooptijd van 8 weken (van aanvraagbevestiging tot bekendmaking
van het besluit) en kan met 6 weken worden verlengd. Voor de
uitgebreide voorbereidingsprocedure geldt een doorlooptijd van 6
maanden met een mogelijke verlenging van 6 weken. Het bevoegd gezag
geeft vooraf aan welke van de twee proceduretypen er sprake zal
zijn.
Voor meer informatie over de inritvergunning kunt u contact opnemen
met de gemeente.