Bent u kunstenaar van beroep? Maar kunt u er niet van
leven? Dan komt u onder bepaalde voorwaarden in aanmerking voor een
uitkering op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK).
Deze regeling wordt niet door uw gemeente uitgevoerd. In Nederland
zijn hiervoor 20 centrumgemeenten aangewezen. Onder het kopje
"Aanvragen" kunt u vinden bij welke centrumgemeente uw
gemeente is aangesloten.
Voorwaarden
U heeft recht op een WWIK-uitkering als:
U en uw eventuele partner niet over voldoende middelen
beschikken om zelf te voorzien in de noodzakelijke kosten van
bestaan (beneden bijstandsniveau).
U bent afgestudeerd aan de door de minister van OCW erkende
instelling voor kunstvakonderwijs.
U met deze werkzaamheden het jaar voorafgaande aan de aanvraag
tenminste een bruto-inkomen of bruto-omzet heeft verworven van €
1.200,-.
Duur en omvang van de uitkering
U kunt maximaal 4 jaar lang een beroep doen op de WWIK.
De inkomenseis wordt na ieder uitkeringsjaar verhoogd. Het
eerste jaar is dat € 2.800,-, vervolgens € 4.400,- en €
6.000,-.
Het inkomen hoeft niet door uitsluitend kunst te worden
verworven, maar kan ook door een bijbaan worden verkregen. Het
inkomen van de partner wordt meegeteld bij de bepaling van de
inkomenseis.
De hoogte van de WWIK-uitkering is ongeveer gelijk aan 70% van
de bijstandsnorm. Voor alleenstaande ouders en gehuwden is het
percentage iets hoger. De bijstandsnorm wordt meerdere keren per
jaar vastgesteld aan de hand van prijsstijgingen.
U kunt een vast bedrag aan beroepskosten aftrekken, namelijk €
3.408,- per jaar. Als u kunt aantonen dat uw beroepskosten hoger
zijn, kunt u de werkelijke kosten aftrekken.
De hoogte van de uitkeringen voor dit jaar zijn bruto per
maand:
Alleenstaanden € 745,39
Alleenstaande ouders € 1.034,28
Gehuwden en samenwonenden € 1.103,51
Bijzonderheden
De centrumgemeente (die namens het UWV Werkbedrijf in uw
gemeente de WWIK uitvoert) zal aan de hand van de door u
ingeleverde formulieren en bewijsstukken beoordelen of u recht
heeft op een WWIK-uitkering.
Deze beoordeling bestaat uit onderzoek en advisering. De
centrumgemeente bekijkt:
Of u behoort tot de doelgroep rechthebbenden. De WWIK geldt
voor scheppende, uitvoerende en toegepast werkende kunstenaars. Om
vast te stellen of u tot de doelgroep van de uitkering hoort, voert
de stichting Cultuur-Ondernemen een
beroepsmatigheidstoets uit. Dit is geen beoordeling van uw
artistieke kwaliteiten;
Of u over voorliggende voorzieningen zoals eigen middelen
(inkomen of vermogen) beschikt;
Of u terecht kunt u bij een andere instantie, bijvoorbeeld de
bedrijfsvereniging;
Of er werk voor u te vinden is;
Hoe hoog de financiële ondersteuning wordt. Bij de berekening
spelen de noodzaak van uw kosten en uw eigen vermogen een rol.
Besluitvorming
De procedure mag maximaal 13 weken duren gerekend vanaf de
datum van aanvraag en ontvangst van alle gevraagde gegevens.
Als de centrumgemeente uw aanvraag honoreert, krijgt u de
WWIK-uitkering in de vorm van een renteloze lening in maandelijkse
termijnen uitbetaald.
Zodra uw totale inkomen bekend is van het kalenderjaar waarin is
uitgekeerd, wordt de hoogte van de WWIK-uitkering definitief
vastgesteld. Wanneer u tussentijds stopt, wordt op dat moment
verrekend.
Bezwaar maken tegen het besluit op uw aanvraag
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht heeft u het recht om een
overheidsbesluit te laten toetsen door onafhankelijke
rechtsprekende colleges.
Voor de uitvoering van de WWIK gelden de volgende bezwaar- en
beroepsprocedures:
Bezwaar bij het college van burgemeester en wethouders;
Beroep bij de sector bestuursrecht van de rechtbank;
Hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep;
Cassatie bij de Hoge Raad.
Wie voert de WWIK uit?
Er zijn in Nederland centrumgemeenten die de WWIK uitvoeren:
Alkmaar, Amsterdam, Arnhem, Assen, Breda, Den Haag, Eindhoven,
Enschede, Groningen, Haarlem, 's-Hertogenbosch, Hilversum,
Leeuwarden, Lelystad, Maastricht, Middelburg (de uitvoering doet
Rotterdam), Rotterdam, Tilburg, Utrecht en Zwolle.
Persoonlijke boekhouding
U bent verplicht een deugdelijke boekhouding en administratie
bij te houden van uw inkomsten en uitgaven. Uw boekhouding is van
belang om te kunnen zien of u voldoet aan de voorwaarde dat u zelf
tijdens de WWIK-periode per kalenderjaar tenminste € 1.200,- bruto
omzet maakt. Daarnaast is uw boekhouding van belang om de hoogte
van uw werkelijke beroepskosten te kunnen aantonen.
Inschrijving UWVWerkbedrijf
U moet ingeschreven blijven staan bij het UWV Werkbedrijf. Dat
is geen inschrijving als werkzoekende, maar alleen een registratie
waaruit blijkt dat u een WWIK-uitkering heeft.
U vraagt een WWIK-uitkering aan bij het UWV
Werkbedrijf zodra uw inkomen daalt of wegvalt. De ingangsdatum
van uw eventuele WIKK-uitkering is de datum van uw aanmelding bij
het UWV Werkbedrijf.
Meenemen
Legitimatiebewijs van u en uw eventuele partner;
Bewijs burgerservicenummers (voorheen: sofi-nummers) van u en
uw eventuele partner;
Een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
Een volledig ingevuld en ondertekend inlichtingenformulier
voorzien van de benodigde bewijsstukken;
Bewijzen van uw inkomen, ook van uw eventuele partner en
kinderen;
Bewijzen van uw schulden, ook van uw eventuele partner en
kinderen;
Bankafschriften van de laatste drie maanden van uw
spaarrekeningen en lopende rekeningen, ook van uw eventuele partner
en kinderen;
Bewijzen van uw arbeidsverleden;
Uw diploma van een door het rijk erkende
kunstvakopleiding;
Bewijzen over uw inkomsten uit scheppende, uitvoerende of
toegepaste kunst van het jaar voorafgaand aan uw
aanvraag;
Eventuele ontslagbewijzen;
Eventuele bewijzen over de beëindiging van vorige
uitkeringen;
Eventueel een echtscheidingsvonnis;
Uw huurcontract.
Vragen
Voor meer informatie over de WWIK-uitkering kunt u contact
opnemen met de gemeente.