Achtergrond om de custom css te laten werken NIET VERWIJDEREN

Voorschriften stoken paasvuur

Afbeelding 1

Voorschriften stoken paasvuur

 

Begripsbepalingen

In deze nadere regels wordt verstaan onder:

  • Paasvuur: een vreugdevuur, dat bij wijze van traditie ter gelegenheid van Pasen op 1e of 2e Paasdag wordt ontstoken;
  • Snoeihout: alle takken en bladeren die van bomen en struiken worden gehaald;
  • Ziek hout: hout van door besmettelijke boomziekte aangetaste (fruit)bomen;
  • Bebouwde kom: de bebouwde kom als bedoeld in de Wegenwet. De Wegenwet verstaat onder bebouwde kom: aaneengesloten bebouwing van enige omvang in de vorm van een stad of een dorp. Dit kan ook een bedrijventerrein zijn, gescheiden van een stad of dorp.

Wet Natuurbescherming

In de Wet Natuurbescherming staat de zorgplicht voor planten en dieren. Dit betekent dat handelingen die nadelig zijn voor planten en dieren zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Het uitgangspunt van de wet is, ‘nee tenzij’. Het stoken mag geen nadelige gevolgen hebben voor de dieren, anders bent u strafbaar.

 

Het verbranden van een paasvuur

  1. Het hout voor het paasvuur mag alleen bestaan uit snoeihout. Dit snoeihout mag zowel afkomstig zijn van snoei- en rooiwerkzaamheden in het kader van landschappelijk onderhoud, als van andere snoeiwerkzaamheden. Het snoeihout mag dus ook afkomstig zijn van bijvoorbeeld particuliere erven en uit particuliere tuinen. Het snoeihout mag niet afkomstig zijn van bedrijven die bedrijfsmatig (grof) tuinafval inzamelen. Het snoeihout voor de openbare paasvuren mag ook bestaan uit stammen en takken met een doorsnede van meer dan 25 cm.De organisator van het paasvuur meldt dit uiterlijk 1 maart bij gemeente Berkelland.

  1. Tijdens de verbranding moet er continu toezicht zijn op het paasvuur door een meerderjarige persoon om brandoverslag en ongelukken te voorkomen.

  2. Bij mist mag er geen verbranding plaatsvinden.

  3. Het verbranden is niet toegestaan bij een windkracht minder dan één Beaufort (minimaal 0,3 m/s) of meer dan vier Beaufort (maximaal 6 m/s).

  4. Door de verbranding mag geen overlast voor de omgeving en het verkeer optreden.

  5. Bij het opbouwen van het paasvuur wordt rekening gehouden met de afstandsrichtlijnen van de Veiligheidsregio (VNOG). In bijzondere gevallen mogen deze afstanden met toestemming van de brandweer anders zijn.

  6. Ter voorkoming van afspoeling moet tussen het paasvuur en oppervlaktewater een afstand van ten minste 10 meter worden aangehouden.

  7. De afstand tussen het publiek en het paasvuur moet minimaal twee maal de hoogte van het paasvuur in m1 bedragen, met een minimum van 15 meter.

  8. Het verbranden vindt plaats op een onbrandbare ondergrond.

  9. De brandstapel mag niet met behulp van brandbare vloeistoffen zoals benzine, petroleum of (afgewerkte) olie worden aangestoken.

  10. Het vuur mag niet met bladeren, houtwol, hooi, stro of dergelijke gemakkelijk opstijgende brandstof worden onderhouden.

  11. De verbrandingsresten worden binnen 14 dagen na de verbranding verwijderd en afgevoerd naar een afvalverwerkingsbedrijf.

  12. De organisator van het paasvuur beperkt na verbranding van het paasvuur het naverbranden. Daardoor ontstaat er geen overlast voor omwonenden. Is wel sprake van overlast, dan wordt het vuur afgeblust.

  13. De organisator van het paasvuur zorgt ervoor dat geschikte en deugdelijke hekken (bouwhekken) om de stookplaats worden geplaatst als het directe toezicht op het paasvuur is beëindigd en er nog sprake is van naverbranding.

  14. Als burgemeester en wethouders of de burgemeester, ongeacht de reden, oordelen dat het vuur niet mag worden ontstoken heeft de organisator geen enkele aanspraak op schadevergoeding.

  15. Door de medewerkers van politie, gemeente (toezichthouders) of brandweer gegeven aanwijzingen worden direct opgevolgd.

 

Locatie:

Een locatie is geschikt als voldaan wordt aan onderstaande afstandsrichtlijnen:

 

Hoeveelheid

Omgeving

Windsnelheid

Maximaal

 

Maximaal meter/seconde

 

 

 

4

6

 

 

 

Windkracht

 

 

 

3

4

 

 

 

Afstanden in meters

5

m3

Bebouwing/opslag

30

45

 

 

Bos/hei/veen/rietkap *)

100

150

 

 

Openbare weg

25

35

 

 

Opgaande begroeiing

25

35

 

 

 

 

 

25

m3

Bebouwing/opslag

50

75

 

 

Bos/hei/veen/rietkap *)

100

150

 

 

Openbare weg

40

60

 

 

Opgaande begroeiing

40

60

 

 

 

 

 

100

m3

Bebouwing/opslag

80

120

 

 

Bos/hei/veen/rietkap *)

155

230

 

 

Openbare weg

65

95

 

 

Opgaande begroeiing

65

95

 

 

 

 

 

500

m3

Bebouwing/opslag

130

195

 

 

Bos/hei/veen/rietkap *)

270

405

 

 

Openbare weg

110

165

 

 

Opgaande begroeiing

110

165

 

 

 

 

 

1000

m3

Bebouwing/opslag

170

255

 

 

Bos/hei/veen/rietkap *)

340

510

 

 

Openbare weg

140

210

 

 

Opgaande begroeiing

140

210

 

 

 

 

 

2000

m3

Bebouwing/opslag

220

330

 

 

Bos/hei/veen/rietkap *)

430

645

 

 

Openbare weg

180

270

 

 

Opgaande begroeiing

180

270