Openbaar groen

Direct regelen

Ons groenonderhoud moet voldoen aan een bepaald beeld. Dit beeld hebben wij vastgelegd in een groenstructuurplan. Dit plan is vastgesteld door ons college en de raad. In het groenstructuurplan staat beschreven welk groen wij belangrijk vinden. Het gaat over alle openbaar groen binnen de bebouwde kom.

Onderverdeling in verschillende categorieën:

Sierbeplantingen (rozen, hagen, bodembedekkende heesters, fijn- en sierheesters en vaste planten)

  • onkruid in de centrumgebieden, in parken en bij ontsluitingswegen mag niet hoger zijn dan 30 cm.  Voor de overige straten en wijken geldt een maximum van 50 cm
  • bij gazons, trap- en speelvelden mag het gras niet langer zijn dan 7 cm
  • gras rondom obstakels, zoals bomen en paaltjes, mag niet hoger zijn dan 20 cm

Bosbeplanting (bosplantsoen)

Komt voor aan de randen van wijken (afschermend groen veelal bestaande uit inheemse beplanting). Alleen de randen van deze bosplantsoenen worden 1 maal per jaar rond de maand september gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd.

Ruw gras, grasvelden, natuurterreinen en braakliggende terreinen

Komt veel voor aan de randen van wijken. Dit wordt 1-2 maal per jaar gemaaid waarbij het maaisel wordt gehooid en afgevoerd om de flora en fauna meer kansen te geven.

Daarnaast worden braakliggende terreinen en smalle bermen 2 x per jaar geklepeld.

De 1e  maaironde is rond 15 juni en de 2e maaironde rond half augustus.