Paasvuur
Het paasvuur is een traditioneel evenement waar jaarlijks veel mensen van genieten. Wij willen deze paasvuurtraditie behouden. Maar we moeten ook goed zorgen voor onze natuur. De kans is groot dat een paasvuur door kan gaan, maar de beoordeling is altijd maatwerk. U kunt uw paasvuur alvast melden. Een paasvuur kan 1e of 2e Paasdag worden aangestoken als het weer dit toelaat.
In 2019 hebben wij besloten dat traditie bij paasvuren voor Berkelland belangrijk is. Paasvuren in het buitengebied van Berkelland mogen alleen aangestoken worden als er voor 2019 al vele jaren op die plek een paasvuur werd ontstoken.
Dien uiterlijk 8 februari 2026 uw vergunningsaanvraag voor het paasvuur in bij de Omgevingsdienst Achterhoek
Voor het aansteken van het paasvuur heeft u een vergunning nodig van de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). Meer informatie hierover en het aanvragen van de vergunning kunt u vinden via de volgende link: vergunning aanvragen – Omgevingsdienst Achterhoek. De vergunningsaanvraag moet uiterlijk 8 februari 2026 ontvangen zijn door de ODA. Ook meldt u het paasvuur bij de gemeente via onderstaande knop, dit kan tot uiterlijk 1 maart 2026.
Paasvuren ontstaan na 7 december 2004
Voor Paasvuren die pas na 7 december 2004 zijn ontstaan is een AERIUS-berekening (stikstofberekening) nodig. Dit geldt ook voor paasvuren die al bestonden voor 7 december 2004, maar die sinds die tijd gegroeid zijn. Waarom 7 december 2004? Dat is de datum waarop het Natura 2000-gebied onder de bescherming van de Habitatrichtlijn (92/43/EEG) is gekomen. Bestond het paasvuur al voor 7 december 2004, dan is er sprake van bestaand gebruik. Bij ‘bestaand gebruik’ is er geen stikstofberekening nodig.
Na 1 maart is het niet meer mogelijk om een paasvuur te melden!
Er is sprake van een (Berkellandse) traditie als al voor 2019 vele jaren op dezelfde plek een paasvuur werd ontstoken. Als een paasvuur 1 of meerdere jaren niet heeft plaatsgehad (bv droogte of corona) dan breekt dat niet de traditie.
In de “Nadere regels paasvuren en verbranden snoeihout 2024” staan de regels en voorschriften voor paasvuren.
| Maximaal | Afstand tot | Bij windkracht 3 | Bij windkracht 4 |
| 5 m3 | Bebouwing/opslag | 30 | 45 |
| Bos/hei/veen | 100 | 150 | |
| Openbare weg | 25 | 35 | |
| Opgaande begroeiing | 25 | 35 | |
| 25 m3 | Bebouwing/opslag | 50 | 75 |
| Bos/hei/veen | 100 | 150 | |
| Openbare weg | 40 | 60 | |
| Opgaande begroeiing | 40 | 60 | |
| 100 m3 | Bebouwing/opslag | 80 | 120 |
| Bos/hei/veen | 155 | 230 | |
| Openbare weg | 65 | 95 | |
| Opgaande begroeiing | 65 | 95 |
Dat kan, mits de variabele kenmerken (grootte vuur, verkeersbewegingen) in de berekening worden aangepast naar 2024. Daardoor ontstaat een actuele berekening.
- Het hout voor het paasvuur mag alleen bestaan uit snoeihout. Dit snoeihout mag zowel afkomstig zijn van snoei- en rooiwerkzaamheden in het kader van landschappelijk onderhoud, als van andere snoeiwerkzaamheden. Het snoeihout mag dus ook afkomstig zijn van bijvoorbeeld particuliere erven en uit particuliere tuinen. Het snoeihout mag niet afkomstig zijn van bedrijven die bedrijfsmatig (grof) tuinafval inzamelen. Het snoeihout voor de openbare paasvuren mag ook bestaan uit stammen en takken met een doorsnede van meer dan 25 cm.
- De organisator van het paasvuur meldt dit uiterlijk 1 maart bij gemeente Berkelland.
- Tijdens de verbranding moet er continu toezicht zijn op het paasvuur door een meerderjarige persoon om brandoverslag en ongelukken te voorkomen.
- Bij mist mag er geen verbranding plaatsvinden.
- Het verbranden is niet toegestaan bij een windkracht minder dan één Beaufort (minimaal 0,3 m/s) of meer dan vier Beaufort (maximaal 6 meter per seconde).
- Door de verbranding mag geen overlast voor de omgeving en het verkeer optreden.
- Bij het opbouwen van het paasvuur wordt rekening gehouden met de afstandsrichtlijnen van de Veiligheidsregio (VNOG). De brandweer controleert op ons verzoek vooraf of het paasvuur aan de richtlijnen voldoet. In bijzondere gevallen kunnen deze afstanden op advies van de brandweer anders zijn.
- Ter voorkoming van afspoeling moet tussen het paasvuur en oppervlaktewater een afstand van ten minste 10 meter worden aangehouden.
- De afstand tussen het publiek en het paasvuur moet minimaal twee maal de hoogte van het paasvuur in m1 bedragen, met een minimum van 15 meter.
- Het verbranden vindt plaats op een onbrandbare ondergrond.
- De brandstapel mag niet met behulp van brandbare vloeistoffen zoals benzine, petroleum of (afgewerkte) olie worden aangestoken.
- Het vuur mag niet met bladeren, houtwol, hooi, stro of dergelijke gemakkelijk opstijgende brandstof worden onderhouden.
- De verbrandingsresten worden binnen 14 dagen na de verbranding verwijderd en afgevoerd naar een afvalverwerkingsbedrijf.
- De organisator van het paasvuur beperkt na verbranding van het paasvuur het naverbranden. Daardoor ontstaat er geen overlast voor omwonenden. Is er sprake van overlast? Dan wordt het vuur afgeblust.
- De organisator van het paasvuur zorgt ervoor dat geschikte en deugdelijke hekken (bouwhekken) om de stookplaats worden geplaatst als het directe toezicht op het paasvuur is beëindigd en er nog sprake is van naverbranding.
- Als burgemeester en wethouders of de burgemeester, ongeacht de reden, oordelen dat het vuur niet mag worden ontstoken heeft de organisator geen enkele aanspraak op schadevergoeding.
- Door de medewerkers van politie, gemeente (toezichthouders) of brandweer gegeven aanwijzingen worden direct uitgevoerd.